Reizen en de taal spreken: wat het verandert, plus 15 zinnen
Nederlanders en Belgen zijn wereldkampioen reizen. We trekken met de caravan naar Frankrijk, vliegen naar Lissabon voor een citytrip en backpacken door Azië. En overal redden we ons wel, met Engels en handen en voeten. Maar wie op reis de taal spreekt, al is het maar een beetje, beleeft een andere vakantie. In dit artikel: wat er verandert als je de taal spreekt, een paar situaties uit de praktijk en vijftien zinnen die je overal verder helpen.
Wat verandert er als je op reis de taal spreekt?
Mensen reageren anders. Een simpele groet in de lokale taal laat zien dat je moeite doet. De ober in Porto, de bakker in de Provence, de hostess in Tokio: vrijwel iedereen waardeert het, ook als je daarna snel overschakelt.
Je komt buiten de toeristische route. Het restaurant zonder Engelse kaart, het dorpsfeest waar niemand je uitnodigt, de bus die niet in je reisgids staat: met een beetje taal durf je meer.
Je begrijpt wat er om je heen gebeurt. Een omroepbericht op het station, een bordje bij een afgesloten weg, een waarschuwing op het strand. Je bent minder afhankelijk en voelt je zekerder.
Problemen oplossen gaat makkelijker. Een gemiste aansluiting, een kapotte douche, een rekening die niet klopt: wie kan uitleggen wat er mis is, wordt sneller geholpen.
Situaties waarin een paar woorden het verschil maken
- Bij een gezin dat je de weg wijst. Je vraagt in Edinburgh naar een bushalte en krijgt niet alleen de route, maar ook een tip voor de beste fish and chips van de stad.
- In een restaurant zonder menukaart in je taal. Je kunt vragen wat de specialiteit van het huis is in plaats van te wijzen naar het enige gerecht dat je herkent.
- Bij de apotheek. Je kunt zeggen dat je last hebt van je maag of dat je een pleister nodig hebt, zonder pantomime.
- In een B&B. De eigenaar vertelt over het dorp, de wandelroutes en de pub waar de locals zitten, omdat je echt een gesprek kunt voeren.
15 Engelse zinnen voor op reis
Engels is in grote delen van de wereld de taal van reizigers. Ben je niet helemaal zeker van je Engels, of wil je je basis opfrissen? Deze vijftien zinnen dekken de meeste situaties.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| Excuse me, could you help me? | Pardon, kunt u me helpen? |
| Is there a bus to the airport? | Gaat er een bus naar het vliegveld? |
| Could you speak a bit more slowly, please? | Kunt u iets langzamer praten, alstublieft? |
| Where is the nearest station? | Waar is het dichtstbijzijnde station? |
| How do I get to the city centre? | Hoe kom ik in het centrum? |
| A table for two, please. | Een tafel voor twee, alstublieft. |
| What do you recommend? | Wat raadt u aan? |
| Could we have the bill, please? | Mogen we de rekening, alstublieft? |
| How much is this? | Hoeveel kost dit? |
| I have a reservation under the name... | Ik heb gereserveerd op naam van... |
| Is breakfast included? | Is het ontbijt inbegrepen? |
| I'm looking for a pharmacy. | Ik zoek een apotheek. |
| I've lost my phone. | Ik ben mijn telefoon kwijt. |
| Could you call a taxi for me? | Kunt u een taxi voor me bellen? |
| Thank you, that's very kind of you. | Dank u, dat is heel aardig van u. |
Let op een paar valkuilen voor Nederlandstaligen:
- The bill is de rekening in een restaurant. The check hoor je vooral in de Verenigde Staten.
- Can I become a coffee? is een klassieker die je beter niet zegt: become betekent "worden". Zeg Can I have a coffee? of Could I get a coffee? Meer van dit soort missers vind je in ons artikel over bestellen in het Engels.
- In Engeland zeg je eerder Sorry? dan What? als je iets niet verstaat. Dat klinkt een stuk vriendelijker.
Ga je naar Spanje, Frankrijk of Italië?
Engels helpt overal een eind, maar in Zuid-Europa merk je het verschil pas echt als je een paar woorden van de lokale taal kent. Buenos días, bonjour, buongiorno, gevolgd door por favor, s'il vous plaît of per favore: daarmee begin je elk gesprek met een glimlach. Ga je vaker naar Spanje, dan is Spaans voor Nederlanders ook nog eens een van de toegankelijkste talen; zie ons overzicht van welke taal het makkelijkst is voor Nederlanders.
Hoe bereid je je voor?
Je hoeft niet vloeiend te zijn om meer uit je reis te halen. Begin een paar weken voor vertrek met een paar minuten per dag: groeten, bedanken, bestellen, de weg vragen. In Parlumi kun je bijvoorbeeld oefenen met luisteren op normale of lage snelheid, zodat je ook echt verstaat wat de ober terugzegt. En onderweg: gewoon proberen. De meeste mensen zijn blij dat je het doet, en elke fout is een verhaal voor thuis.