Nederlands
Downloaden
Emigreren

Verhuizen naar Spanje? Zo leer je Spaans voor je nieuwe leven

Zon, een ander ritme, tapas op een terras: elk jaar verruilen veel Nederlanders hun leven hier voor een nieuw bestaan in Spanje. Sommigen gaan voor werk, anderen voor de liefde, het klimaat of hun pensioen. Wat bijna iedereen achteraf zegt: hoe beter je Spaans spreekt, hoe meer je Spanje echt leert kennen.

In dit artikel lees je waarom Spaans leren loont, ook in gebieden waar veel Engels gesproken wordt, hoe je begint en welke zinnen je de eerste weken nodig hebt.

Kun je niet gewoon met Engels?

In toeristische gebieden aan de Costa del Sol of de Costa Blanca kom je met Engels best ver. Maar zodra je buiten die bubbel komt, merk je dat Engels in Spanje minder vanzelfsprekend is dan in Nederland. Bij de gemeente, de huisarts, de monteur of de buren gaat het vaak gewoon in het Spaans.

En belangrijker: met Spaans krijg je toegang tot het echte sociale leven. Spanjaarden zijn hartelijk en gastvrij, maar vriendschappen ontstaan in hun eigen taal: aan de bar, op het schoolplein, bij de sobremesa na het eten.

Voordat je vertrekt: begin nu al

Het slimste wat je kunt doen is beginnen voordat je verhuist. De eerste weken in een nieuw land zijn druk: huis zoeken, papieren regelen, wennen. Dan is er weinig tijd voor les, terwijl je juist dan het meeste Spaans nodig hebt.

Een paar maanden van tevoren beginnen, al is het maar vijf tot tien minuten per dag, maakt een groot verschil. Je hoeft niet vloeiend te zijn als je aankomt. Maar als je een gesprek kunt beginnen, getallen verstaat en een formulier snapt, sta je veel sterker.

Welk niveau heb je nodig?

Dat hangt af van wat je gaat doen.

  • Dagelijks leven: met een A2-niveau red je je in winkels, op de markt en bij simpele afspraken.
  • Werken in een Spaanstalige omgeving: de meeste werkgevers verwachten minstens B1 tot B2, afhankelijk van de functie. In de zorg, het onderwijs of klantcontact ligt de lat vaak hoger.
  • Werken in een internationaal bedrijf: soms kun je in het Engels werken, maar ook dan helpt Spaans enorm, zowel op het werk als daarbuiten.
  • Papieren en nationaliteit: als EU-burger kun je in Spanje wonen en werken, maar je moet je wel registreren. Voor bijvoorbeeld het aanvragen van de Spaanse nationaliteit gelden aparte eisen, waaronder taalexamens. Die regels kunnen veranderen, dus raadpleeg altijd de officiële websites van de Spaanse overheid en het Instituto Cervantes voor de actuele situatie.

Eerste stappen in Spanje

Een paar woorden die je snel zult tegenkomen:

  • NIE (número de identidad de extranjero): je identificatienummer als buitenlander, nodig voor bijna alles.
  • Empadronamiento: inschrijving bij de gemeente (ayuntamiento).
  • Seguridad Social: het socialezekerheidsstelsel.
  • Cita previa: een afspraak, die je voor veel loketten vooraf moet maken.

Hoe de procedures precies werken, verschilt per regio en kan veranderen. Kijk dus altijd op de officiële websites en vraag na bij je gemeente.

Overlevingszinnen voor de eerste weken

Bij de bakker of in de winkel

  • Hola, buenos días. - Hallo, goedemorgen.
  • ¿Me pone un café con leche, por favor? - Mag ik een koffie verkeerd?
  • ¿Cuánto es? - Hoeveel is het?
  • ¿Puedo pagar con tarjeta? - Kan ik pinnen?

Als je iets niet begrijpt

  • Perdone, no entiendo. - Sorry, ik begrijp het niet.
  • ¿Puede hablar más despacio, por favor? - Kunt u langzamer praten?
  • ¿Cómo se dice ... en español? - Hoe zeg je ... in het Spaans?

Bij instanties

  • Tengo una cita a las diez. - Ik heb een afspraak om tien uur.
  • ¿Qué documentos necesito? - Welke documenten heb ik nodig?
  • ¿Me lo puede escribir? - Kunt u het voor me opschrijven?

Met de buren

  • Soy vuestro nuevo vecino / vuestra nueva vecina. - Ik ben jullie nieuwe buurman / buurvrouw.
  • Encantado / Encantada. - Aangenaam.

Dingen die Nederlanders verrassen

  • Het ritme. Lunch om twee of drie uur, avondeten om negen of tien uur. Wie om zes uur gaat eten, zit vaak alleen in het restaurant.
  • Tú en usted. In Spanje zeg je veel sneller tú (jij) dan je denkt, ook tegen onbekenden van je eigen leeftijd. Bij oudere mensen en in formele situaties gebruik je usted.
  • Vosotros. In Spanje gebruik je vosotros voor "jullie", in Latijns-Amerika ustedes. Leer de Spaanse vorm als je naar Spanje gaat.
  • Andere talen. In Catalonië, Valencia, de Balearen, Baskenland en Galicië is er naast het Spaans een eigen officiële taal. Spaans is overal bruikbaar, maar een paar woorden in de regionale taal worden zeer gewaardeerd.
  • Directheid. Spanjaarden zijn ook direct, maar op een andere manier: hartelijker, met meer aanrakingen en twee zoenen bij een begroeting.

Zo blijf je doorleren

  • Gebruik elke kans. Bestel in het Spaans, ook als de ober Engels terugpraat.
  • Zoek een intercambio. Veel Spanjaarden willen Engels oefenen; ruil een uur Engels voor een uur Spaans.
  • Kijk Spaanse tv. Begin met Spaanse ondertitels en luister naar de radio in de auto.
  • Oefen elke dag een beetje. In Parlumi zijn de Spaanse lessen kort genoeg voor elke dag, en ze werken ook zonder internetverbinding, handig tijdens de verhuizing.

Spaans leren gaat niet in een paar weken. Maar elke zin die je leert, maakt je nieuwe thuis een beetje meer thuis. ¡Mucha suerte!

← Alle artikelen bekijken