Nederlands
Downloaden
Grammatica

Present perfect of past simple? Het Engelse verschil voor Nederlanders

Nederlanders spreken over het algemeen goed Engels. Toch is er één fout die je bijna overal hoort, van studenten tot directeuren: I have seen him yesterday. Of: I live here since 2015.

Beide zinnen zijn fout, en ze hebben dezelfde oorzaak: het Nederlands en het Engels gebruiken de voltooide tijd op een andere manier. In dit artikel leggen we uit hoe het zit, zodat je het verschil tussen de present perfect en de past simple voortaan zonder nadenken goed doet.

Het probleem in één zin

In het Nederlands kun je over het verleden praten met de voltooide tijd ("ik heb hem gisteren gezien") én met de verleden tijd ("ik zag hem gisteren"). Meestal kies je de voltooide tijd. In het Engels mag dat niet: zodra je een afgesloten moment in het verleden noemt, móét je de past simple gebruiken.

  • Fout: I have seen him yesterday.
  • Goed: I saw him yesterday.

De past simple: afgesloten verleden

De past simple (I worked, I saw, I went) gebruik je voor iets wat op een bepaald moment in het verleden is gebeurd en voorbij is. Vaak staat er een tijdsaanduiding bij, of is uit de context duidelijk wanneer het was.

  • I went to London last year. - Ik ben vorig jaar naar Londen geweest.
  • She called me two hours ago. - Ze heeft me twee uur geleden gebeld.
  • We met in 2018. - We hebben elkaar in 2018 leren kennen.
  • Did you see the match on Sunday? - Heb je zondag de wedstrijd gezien?

Let op: in het Nederlands zou je in al deze zinnen de voltooide tijd gebruiken. In het Engels is dat de past simple.

Signaalwoorden voor de past simple: yesterday, last week, last year, ago, in 2010, on Monday, when I was a child, then.

De present perfect (I have worked, I have seen, I have been) gebruik je als het verleden nog verbonden is met het heden. Het moment zelf is niet belangrijk of niet genoemd. Er zijn drie situaties.

1. Ervaringen in je leven tot nu toe

Wanneer precies doet er niet toe; het gaat erom dát het gebeurd is.

  • Have you ever been to Japan? - Ben je weleens in Japan geweest?
  • I've read that book three times. - Ik heb dat boek drie keer gelezen.
  • She has never eaten sushi. - Ze heeft nog nooit sushi gegeten.

Zodra je zegt wanneer, schakel je over: I've been to Japan. I went there in 2019.

2. Iets wat net gebeurd is en nu nog effect heeft

  • I've lost my keys. - Ik ben mijn sleutels kwijt (en ik heb ze nog steeds niet).
  • He has just left. - Hij is net weg.
  • Have you finished the report yet? - Heb je het rapport al af?

Signaalwoorden: just, already, yet, ever, never, so far, recently.

3. Iets wat in het verleden begon en nog steeds doorgaat

Dit is de tweede klassieke Nederlandse fout. In het Nederlands gebruik je de tegenwoordige tijd: "Ik woon hier sinds 2015." In het Engels heb je de present perfect nodig.

  • Fout: I live here since 2015.
  • Goed: I've lived here since 2015. of I've been living here since 2015.
  • Fout: How long do you work here?
  • Goed: How long have you worked here?

Signaalwoorden: since (sinds een moment) en for (gedurende een periode).

  • I've known her since 2010. - Ik ken haar sinds 2010.
  • We've been married for twelve years. - We zijn twaalf jaar getrouwd.

Let op het verschil: We were married for twelve years betekent dat het huwelijk voorbij is.

Snel overzicht

SituatieTijdVoorbeeld
Moment in het verleden genoemdpast simpleI saw him yesterday.
Verhaal over vroegerpast simpleWhen I was young, I lived in Spain.
Ervaring, tijdstip onbelangrijkpresent perfectI've been to Spain.
Net gebeurd, effect nupresent perfectI've broken my phone.
Begon toen, duurt nog voortpresent perfectI've lived here for ten years.

Een handige vuistregel

Stel jezelf de vraag: is het moment voorbij en afgesloten?

  • Ja, en ik noem het of het is duidelijk wanneer: past simple.
  • Nee, de periode loopt nog (vandaag, deze week, mijn leven tot nu toe): present perfect.

Vergelijk:

  • I've drunk three coffees today. (vandaag is nog niet voorbij)
  • I drank three coffees yesterday. (gisteren is voorbij)
  • Have you seen Tom this morning? (gezegd om 10 uur 's ochtends)
  • Did you see Tom this morning? (gezegd om 4 uur 's middags: de ochtend is voorbij)

Brits en Amerikaans

In Amerikaans Engels hoor je soms de past simple waar Britten de present perfect gebruiken, vooral met just, already en yet: Did you eat yet? tegenover het Britse Have you eaten yet? Beide worden begrepen. Maar de regel dat je met yesterday of last year geen present perfect gebruikt, geldt in alle varianten.

Oefen het zo

  1. Vertaal tien Nederlandse zinnen die je vandaag hebt gezegd of gedacht en die over het verleden gaan. Kijk bij elke zin: wordt het moment genoemd?
  2. Let op since en for. Elke keer dat je "sinds" wilt zeggen, is dat een alarmbel voor de present perfect.
  3. Luister actief. Let bij series of podcasts eens alleen op welke tijd mensen gebruiken als ze over het verleden praten.

In de Engelse cursus van Parlumi zijn de uitleggen geschreven voor Nederlandstaligen, juist zodat dit soort verschillen met je eigen taal expliciet aan bod komen. Met een paar weken bewust oefenen hoor je het verschil vanzelf, en klinkt I have seen him yesterday je net zo raar in de oren als "ik zie hem gisteren".

← Alle artikelen bekijken