Je eerste dag op werk of studie in het Engels: zinnen die helpen
Een eerste dag is altijd spannend, en als alles in het Engels gaat nog een beetje meer. Of je nu begint bij een internationaal bedrijf in Amsterdam, een stage loopt in Dublin of een opleiding volgt in Engelstalige colleges: de eerste uren bestaan vooral uit voorstellen, vragen stellen en praatjes maken.
Goed nieuws: daar heb je een vrij klein aantal zinnen voor nodig. Hieronder vind je ze per situatie.
Jezelf voorstellen
- Hi, I'm Sanne. I'm the new marketing assistant. - Hoi, ik ben Sanne, de nieuwe marketingassistent.
- Nice to meet you. - Leuk je te ontmoeten.
- I've just started today. - Ik ben vandaag begonnen.
- I'll be working with the design team. - Ik ga met het designteam werken.
- I'm in the first year of the master's programme. - Ik zit in het eerste jaar van de master.
Als iemand zich aan jou voorstelt, kun je reageren met Nice to meet you too of Great to meet you.
Let op: op How are you? of How's it going? verwacht niemand een eerlijk verslag. Een kort Good, thanks. And you? is genoeg. Dat voelt voor Nederlanders soms oppervlakkig, maar het is gewoon een begroeting.
Namen en functies onthouden (of niet)
Je hoort op dag één tientallen namen. Iedereen weet dat, dus het is helemaal normaal om te vragen:
- Sorry, could you tell me your name again? - Sorry, hoe heette je ook alweer?
- How do you spell that? - Hoe spel je dat?
- What's your role here? / What do you do here? - Wat doe je hier?
- Which team are you in? - In welk team zit je?
Om hulp vragen
Dit zijn misschien wel de belangrijkste zinnen van de dag:
- Could you show me how this works? - Kun je me laten zien hoe dit werkt?
- Where can I find the printer? - Waar is de printer?
- Who should I ask about my laptop? - Aan wie moet ik vragen over mijn laptop?
- Sorry, I didn't catch that. Could you say it again? - Sorry, dat verstond ik niet. Kun je het herhalen?
- Just to check: you mean the meeting on Thursday? - Even checken: je bedoelt de vergadering op donderdag?
- Where's the bathroom? (VS) / Where are the toilets? (VK) - Waar is de wc?
Op de universiteit heb je daarnaast nodig:
- Is this the room for the statistics lecture? - Is dit het lokaal voor het college statistiek?
- Where can I find the reading list? - Waar vind ik de literatuurlijst?
- Is attendance compulsory? - Is aanwezigheid verplicht?
Small talk bij de koffie
Nederlanders staan erom bekend dat ze snel to the point komen. In Engelstalige landen hoort een beetje small talk erbij, zeker op je eerste dag. Een paar veilige onderwerpen:
- How long have you worked here? - Hoe lang werk je hier al?
- Have you got any plans for the weekend? - Heb je plannen voor het weekend?
- Is there a good place for lunch around here? - Is er hier een goede lunchplek?
- Where are you from originally? - Waar kom je oorspronkelijk vandaan?
Vragen ze waar jij vandaan komt: I'm from the Netherlands, from Utrecht. Zeg liever niet from Holland als je uit Brabant of Groningen komt; Holland verwijst eigenlijk alleen naar Noord- en Zuid-Holland.
Aan het eind van de dag
- Thanks for showing me around. - Bedankt voor de rondleiding.
- Thanks for your help today, I really appreciate it. - Bedankt voor je hulp vandaag, dat waardeer ik echt.
- See you tomorrow! - Tot morgen!
- Have a good evening. - Fijne avond.
Typische fouten van Nederlandstaligen
"I work here since Monday." In het Nederlands gebruik je de tegenwoordige tijd ("ik werk hier sinds maandag"), in het Engels heb je de present perfect nodig: I've been working here since Monday of I've worked here since Monday.
"I have a question to you." Het is a question for you, of nog natuurlijker: Can I ask you something?
"Can you explain me...?" In het Engels zeg je Can you explain to me...? of Can you explain how this works? Het voorzetsel to is verplicht.
"I'm busy with the report." Begrijpelijk, maar wat natuurlijker is I'm working on the report. Busy betekent vooral "druk, geen tijd hebben".
Te direct zijn "Doe dat maar even" vertaal je niet als Do that. In het Engels verzacht je verzoeken met Could you...?, Would you mind...? of Do you think you could...? Dat is geen overdreven beleefdheid, maar de gewone toon op de werkvloer.
Do / make door elkaar halen Je make a mistake, make a phone call en make a decision, maar je do your homework en do a course.
Een voorbeeldgesprek
- Colleague: Hi, you must be the new developer!
- You: Yes, I'm Thijs. Nice to meet you.
- Colleague: Nice to meet you too. I'm Priya, I'm on the backend team. How's your first day going?
- You: Good so far, thanks! Everyone's been really helpful. Sorry, could you tell me where the kitchen is?
- Colleague: Sure, it's just down the hall. Come on, I'll show you.
Tot slot
Niemand verwacht dat je op je eerste dag perfect Engels spreekt. Wat mensen wel opvalt: of je vragen durft te stellen en of je vriendelijk bent. Met de zinnen hierboven kom je een heel eind. Wil je ze vooraf oefenen, dan helpt het om ze hardop te zeggen; in Parlumi kun je bijvoorbeeld spreekoefeningen doen en krijg je feedback op je uitspraak.