Nederlands
Downloaden
Lesmateriaal

De 100 handigste Engelse woorden, overzichtelijk per thema

Met een paar honderd woorden kun je in een taal al verrassend veel. De meest gebruikte woorden komen zo vaak terug dat ze een groot deel van elke alledaagse tekst of elk gesprek vormen. Wie die eerst leert, haalt veel rendement uit weinig tijd.

Hieronder vind je de 100 handigste Engelse woorden, gegroepeerd per thema, met de Nederlandse vertaling. Ken je ze al? Dan is het een mooie checklist. Begin je net met Engels leren, of help je iemand die dat doet? Dan is dit een goede startlijst.

1. Basis en beleefdheid

EngelsNederlands
hellohallo
goodbyetot ziens, dag
pleasealsjeblieft, alstublieft
thank youdank je, dank u
sorrysorry
excuse mepardon
yesja
nonee
okayoké
welcomewelkom

Tip: please gebruik je in het Engels bij bijna elk verzoek. Wil je iemand iets aangeven, dan zeg je niet please maar here you go. En op thank you antwoord je met you're welcome of informeel no problem.

2. Vraagwoorden

EngelsNederlands
whatwat
whowie
wherewaar
whenwanneer
whywaarom
howhoe
whichwelke, welk
how muchhoeveel (ontelbaar)
how longhoe lang
whosevan wie

Let op: how much gebruik je bij dingen die je niet kunt tellen (how much water?) en bij prijzen (how much is it?). Voor telbare dingen zeg je how many: how many people?

3. Mensen

EngelsNederlands
manman
womanvrouw
childkind
peoplemensen
friendvriend, vriendin
familyfamilie, gezin
mothermoeder
fathervader
colleaguecollega
neighbourbuurman, buurvrouw

Twee dingen om op te letten: het meervoud van child is children, en van woman is het women (spreek je uit als "wimmin"). Neighbour is de Britse spelling, in het Amerikaans schrijf je neighbor.

4. Tijd

EngelsNederlands
todayvandaag
tomorrowmorgen
yesterdaygisteren
nownu
laterlater
morningochtend
eveningavond
weekweek
monthmaand
yearjaar

Valkuil: "morgenochtend" is tomorrow morning, niet morning morning. En "vanavond" is tonight of this evening.

5. De belangrijkste werkwoorden

EngelsNederlands
to bezijn
to havehebben
to gogaan
to dodoen
to makemaken
to sayzeggen
to getkrijgen, halen, worden
to knowweten, kennen
to wantwillen
to neednodig hebben

To get is een van de veelzijdigste woorden van het Engels: get a coffee (een koffie halen), get tired (moe worden), get home (thuiskomen). En let op: to do en to make zijn allebei "doen" of "maken" in het Nederlands. Je zegt make a mistake (een fout maken) maar do your homework (je huiswerk maken).

6. Nog meer werkwoorden

EngelsNederlands
to seezien
to comekomen
to thinkdenken
to takenemen, pakken
to givegeven
to findvinden
to workwerken
to eateten
to drinkdrinken
to understandbegrijpen

Veel van deze werkwoorden zijn onregelmatig: see, saw, seen; come, came, come; think, thought, thought; take, took, taken; give, gave, given; find, found, found; eat, ate, eaten; drink, drank, drunk; understand, understood, understood. Het loont om ze meteen met hun vormen te leren.

En to find is niet altijd "vinden" in de zin van een mening: "ik vind het leuk" is I like it, "wat vind jij?" is what do you think?

7. Beschrijvende woorden

EngelsNederlands
goodgoed
badslecht
biggroot
smallklein
newnieuw
oldoud
easymakkelijk
difficultmoeilijk
hotheet, warm
coldkoud

Hot betekent "heet" of "erg warm", en bij eten ook "pittig": hot sauce. Is het aangenaam warm, dan zeg je warm: a warm day. Op een tropische zomerdag zeg je it's so hot today!

8. Plaatsen en de weg vinden

EngelsNederlands
househuis
workwerk
shopwinkel
stationstation
streetstraat
citystad
leftlinks
rightrechts
herehier
theredaar

Handige zinnen: Turn left at the station (sla linksaf bij het station), It's on the right (het is aan de rechterkant). En "naar huis" is home, zonder voorzetsel: I'm going home.

9. Eten en drinken

EngelsNederlands
waterwater
coffeekoffie
teathee
breadbrood
foodeten
breakfastontbijt
lunchlunch
dinneravondeten
menumenukaart
billrekening

Valkuil: de menukaart is the menu, niet the card. En de rekening is in het Brits-Engels the bill, in het Amerikaans the check.

10. Kleine woorden met grote impact

EngelsNederlands
anden
butmaar
orof
becauseomdat, want
withmet
withoutzonder
veryheel, erg
moremeer
alwaysaltijd
nevernooit

Deze kleine woorden houden je zinnen bij elkaar. Met and, but en because maak je van losse zinnetjes al een echt verhaal: I like London, but it's very expensive because everything costs more.

Zo leer je deze woorden het best

Leer ze in zinnen. Een los woord vergeet je snel, een zin onthoud je beter. Maak bij elk woord een korte zin over je eigen leven: My colleague drinks a lot of coffee.

Herhaal gespreid. Neem elke dag tien woorden en herhaal de woorden van gisteren, vorige week en vorige maand. Herhaling met tussenpozen werkt veel beter dan alles in één keer stampen.

Zeg ze hardop. Engelse spelling en uitspraak lopen niet altijd gelijk. Luister naar de uitspraak en herhaal die. Woorden als colleague, women en breakfast worden anders uitgesproken dan je op basis van de spelling zou denken.

Let op valse vrienden. Sommige Engelse woorden lijken op Nederlandse woorden maar betekenen iets anders. Eventually betekent "uiteindelijk", niet "eventueel", en slim betekent "slank".

Gebruik ze meteen. Probeer deze week zoveel mogelijk van deze woorden in het echt te gebruiken: in een berichtje, tegen jezelf in de auto of in een gesprek.

In de Engelse cursus van Parlumi komen deze basiswoorden in de eerste niveaus aan bod, met flashcards om ze te oefenen, luisteroefeningen en slimme herhaling die ze terug laat komen op het moment dat je ze dreigt te vergeten. Maar ook met alleen deze lijst en een paar minuten per dag kom je al een heel eind.

← Alle artikelen bekijken